Persoonlijkheid 8 minuten lezen Bijgewerkt: oktober 2026

Persoonlijkheids­stoornis: soorten, kenmerken en behandeling

Papieren illustratie van een opgerold varenblad dat zich langzaam ontvouwt, met bladeren in de hoeken
Kort gezegd

Bij een persoonlijkheidsstoornis zijn bepaalde manieren van denken, voelen en omgaan met anderen zo star en hardnekkig dat ze iemand zelf of zijn omgeving langdurig in de problemen brengen. Het classificatiesysteem DSM-5 onderscheidt tien persoonlijkheidsstoornissen in drie clusters. Ongeveer 8 procent van de volwassenen heeft er een. Persoonlijkheidsstoornissen zijn goed te behandelen, vooral met psychotherapie.

Een persoonlijkheidsstoornis is meer dan een lastig karakter. Iedereen heeft eigenaardigheden en eigenschappen die soms in de weg zitten. Bij een persoonlijkheidsstoornis zijn die patronen zo sterk en weinig flexibel dat ze in veel situaties en gedurende lange tijd problemen geven: in relaties, op het werk en in hoe iemand zich voelt.

In dit artikel lees je wat een persoonlijkheidsstoornis is, welke soorten er zijn, hoe de drie clusters in elkaar zitten, hoe een diagnose tot stand komt en wat er aan behandeling mogelijk is. Het is een overzicht: per stoornis vind je de kern in een paar zinnen. Een diagnose stellen kan alleen een psycholoog of psychiater.

Wat is een persoonlijkheidsstoornis?

Volgens de DSM-5, het classificatiesysteem dat psychologen en psychiaters gebruiken, is een persoonlijkheidsstoornis een duurzaam patroon van ervaren en gedrag dat duidelijk afwijkt van wat in iemands cultuur gangbaar is (American Psychiatric Association, 2013). Dat patroon:

Persoonlijkheidstrek
  • Een eigenschap waarop iedereen ergens scoort
  • Kan per situatie meebewegen
  • Soms lastig, maar het leven loopt
  • Voorbeeld: perfectionistisch zijn op het werk
Persoonlijkheidsstoornis
  • Meerdere trekken zijn extreem en star
  • Speelt in vrijwel alle situaties
  • Leidt langdurig tot lijdensdruk of beperkingen
  • Voorbeeld: door controledrang vastlopen in werk én relaties

De drie clusters van persoonlijkheidsstoornissen

De DSM-5 deelt de tien persoonlijkheidsstoornissen in drie clusters in, op basis van wat ze gemeen hebben.

Cluster A Cluster B Cluster C vreemd, excentriek dramatisch, emotioneel angstig, vermijdend Paranoïde Schizoïde Schizotypische Antisociale Borderline Theatrale Narcistische Vermijdende Afhankelijke Dwangmatige Indeling volgens de DSM-5
De tien persoonlijkheidsstoornissen uit de DSM-5, verdeeld over drie clusters.

De 10 persoonlijkheidsstoornissen op een rij

StoornisClusterKern
ParanoïdeADiep wantrouwen; de bedoelingen van anderen worden snel als vijandig gezien.
SchizoïdeAWeinig behoefte aan relaties, beperkt uiten van emoties, voorkeur voor alleen zijn.
SchizotypischeAOngemak in nabije relaties, eigenaardig denken en waarnemen, opvallend gedrag.
AntisocialeBGrenzen en rechten van anderen schenden, weinig spijt, impulsiviteit.
BorderlineBInstabiel zelfbeeld, heftige en wisselende emoties, intense relaties, impulsiviteit.
Theatrale (histrionische)BSterke behoefte aan aandacht, overdreven emotionele expressie.
NarcistischeBGrootheidsgevoel, behoefte aan bewondering, weinig empathie. Lees meer over de narcist.
VermijdendeCSterke angst voor afwijzing en kritiek, sociaal geremd, gevoel tekort te schieten.
AfhankelijkeCGrote behoefte om verzorgd te worden, moeite met zelf beslissen, angst om alleen te zijn.
Dwangmatige (obsessief-compulsieve)CPerfectionisme, controledrang en starheid, ten koste van flexibiliteit en ontspanning.

Daarnaast bestaat de categorie andere gespecificeerde of ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis. Die wordt gebruikt als iemand wel duidelijk problemen heeft door zijn persoonlijkheid, maar niet precies past bij een van de tien. Vroeger heette dat persoonlijkheidsstoornis NAO: niet anders omschreven.

Van hokjes naar schalen

Steeds meer onderzoekers en clinici kijken naar persoonlijkheidsproblemen als een kwestie van ernst en trekken, in plaats van tien vaste hokjes. Het internationale systeem ICD-11 doet dat al: het beschrijft de ernst (licht, matig of ernstig) en vijf trekdomeinen, zoals negatieve emotionaliteit en ontremming (World Health Organization, 2022). Die domeinen lijken sterk op de extreme kanten van de Big Five.

Hoe vaak komt een persoonlijkheidsstoornis voor?

Een wereldwijde meta-analyse kwam uit op ongeveer 8 procent van de volwassenen (Winsper e.a., 2020). Bij mensen die hulp zoeken in de ggz ligt dat percentage veel hoger. Vaak komt een persoonlijkheidsstoornis samen voor met andere klachten, zoals somberheid, angst, verslaving of eetproblemen. Juist die klachten zijn vaak de reden dat iemand hulp zoekt.

Hoe ontstaat een persoonlijkheidsstoornis?

Er is niet één oorzaak. Net als bij gewone persoonlijkheidskenmerken spelen aanleg en omgeving samen een rol. Persoonlijkheid is deels erfelijk, en daarmee ook de kwetsbaarheid voor een persoonlijkheidsstoornis. Ingrijpende ervaringen in de jeugd, zoals verwaarlozing, onveiligheid of mishandeling, vergroten de kans, maar niet iedereen met zulke ervaringen ontwikkelt een stoornis, en niet iedereen met een stoornis heeft ze meegemaakt.

Hoe scoor jij op de Big Five?

Breng je vijf hoofdeigenschappen in kaart met een uitgebreid rapport.

Test uitgevoerd via onze partner Brainmanager.
Doe de persoonlijkheidstest →

Let op: een persoonlijkheidstest zoals de Big Five laat zien waar je op de gewone persoonlijkheidskenmerken scoort. Het is geen test op persoonlijkheidsstoornissen en geeft geen diagnose.

Hoe wordt een persoonlijkheidsstoornis vastgesteld?

  1. Huisarts of praktijkondersteunerDe eerste stap is meestal een gesprek met de huisarts, die kan doorverwijzen naar de ggz.
  2. Gesprekken met een behandelaarEen psycholoog of psychiater vraagt naar je klachten, je levensgeschiedenis en hoe je relaties en werk verlopen.
  3. Vragenlijsten en interviewsVaak worden gestructureerde interviews en vragenlijsten gebruikt. Soms wordt met toestemming ook iemand uit je omgeving gesproken.
  4. Diagnose en adviesPas als het patroon langdurig, breed en belemmerend is, wordt een persoonlijkheidsstoornis vastgesteld. Daarna volgt een behandeladvies.

Behandeling van een persoonlijkheidsstoornis

Lange tijd werd gedacht dat persoonlijkheidsstoornissen niet te behandelen waren. Dat beeld klopt niet meer. Vooral psychotherapie helpt, en bij borderline is de effectiviteit van behandeling het best onderzocht (Storebø e.a., 2020). In een langlopende studie voldeed het merendeel van de mensen met borderline na tien jaar niet meer aan de diagnose (Zanarini e.a., 2010).

Schematherapie

Werkt aan diepgewortelde patronen uit de jeugd en hoe die nu nog doorwerken.

Mentaliseren (MBT)

Leert beter begrijpen wat er in jezelf en in anderen omgaat, vooral bij heftige emoties.

Dialectische gedragstherapie

Richt zich op emotieregulatie, omgaan met crisis en impulsen, en relaties.

Medicatie behandelt de persoonlijkheidsstoornis zelf niet, maar wordt soms gebruikt voor bijkomende klachten zoals somberheid of angst. Behandeling vraagt meestal tijd: vaak een of meer jaren.

Hulp zoeken

Herken je jezelf of iemand in je omgeving in dit artikel en loop je ertegenaan? Bespreek het met je huisarts. Denk je aan zelfdoding, praat er dan over met 113 Zelfmoordpreventie: bel 113 of 0800-0113, of chat via 113.nl. Bij acuut gevaar bel je 112.

Voorzichtig met labels

Woorden als borderliner, narcist of psychopaat worden in het dagelijks leven vaak losjes gebruikt, bijvoorbeeld voor een ex of een lastige collega. Dat is begrijpelijk, maar het helpt zelden. Een diagnose is bedoeld om iemand passende hulp te geven, niet om hem te beoordelen. Mensen met een persoonlijkheidsstoornis zijn bovendien meer dan hun diagnose: met behandeling kunnen veel van hen een stabiel en waardevol leven opbouwen. Wil je eerst meer weten over gewone persoonlijkheidsverschillen, lees dan over persoonlijkheid en persoonlijkheidstypen.

Hoe ga jij om met stress?

Ontdek welke copingstijlen jij gebruikt als het tegenzit.

Doe de coping-test →

Veelgestelde vragen

Een langdurig en star patroon van denken, voelen en omgaan met anderen dat duidelijk afwijkt van wat gebruikelijk is, en dat leidt tot lijdensdruk of problemen in werk en relaties. Het begint meestal in de adolescentie of vroege volwassenheid.

De DSM-5 beschrijft er tien, verdeeld over drie clusters: A (vreemd, excentriek), B (dramatisch, emotioneel) en C (angstig, vermijdend). Daarnaast is er een restcategorie voor mensen die niet precies in een van de tien passen.

Er zijn vragenlijsten die behandelaars gebruiken, maar een online test kan geen persoonlijkheidsstoornis vaststellen. Daarvoor is een uitgebreid gesprek met een psycholoog of psychiater nodig. Een test kan wel een eerste aanleiding zijn om hulp te zoeken.

Persoonlijkheidsstoornissen zijn goed te behandelen. Veel mensen gaan er met psychotherapie duidelijk op vooruit en voldoen na verloop van tijd niet meer aan de diagnose. Er kunnen wel kwetsbaarheden blijven waar je bewust mee om leert gaan.

NAO betekent niet anders omschreven. Het is een oudere term voor een persoonlijkheidsstoornis die niet precies in een van de tien categorieën past. In de DSM-5 heet dat nu een andere gespecificeerde of ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis.

Nee. Wat vroeger meervoudige persoonlijkheidsstoornis heette, heet nu dissociatieve identiteitsstoornis. Dat is een dissociatieve stoornis, geen persoonlijkheidsstoornis, ondanks de naam.

Bij cluster B staan heftige, wisselende emoties en impulsief of dramatisch gedrag op de voorgrond. Bij cluster C overheersen angst, onzekerheid en vermijding. Beide kunnen veel lijdensdruk geven, maar op een heel andere manier.

Lees ook

Bronnen
  1. American Psychiatric Association. (2013). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5e druk). American Psychiatric Publishing.
  2. Storebø, O. J., Stoffers-Winterling, J. M., Völlm, B. A., Kongerslev, M. T., Mattivi, J. T., Jørgensen, M. S., e.a. (2020). Psychological therapies for people with borderline personality disorder. Cochrane Database of Systematic Reviews, 2020(5), CD012955.
  3. Winsper, C., Bilgin, A., Thompson, A., Marwaha, S., Chanen, A. M., Singh, S. P., Wang, A., & Furtado, V. (2020). The prevalence of personality disorders in the community: A global systematic review and meta-analysis. British Journal of Psychiatry, 216(2), 69–78.
  4. World Health Organization. (2022). ICD-11: International classification of diseases (11e revisie). WHO.
  5. Zanarini, M. C., Frankenburg, F. R., Reich, D. B., & Fitzmaurice, G. (2010). Time to attainment of recovery from borderline personality disorder and stability of recovery: A 10-year prospective follow-up study. American Journal of Psychiatry, 167(6), 663–667.

Dit artikel is bedoeld als informatie en vervangt geen professioneel advies.