
Narcisme is een eigenschap waarop iedereen ergens scoort, van gezond zelfvertrouwen tot sterke grootheidsgevoelens. Pas als die trekken hardnekkig zijn en het leven en de relaties van iemand ernstig verstoren, kan een psycholoog of psychiater een narcistische persoonlijkheidsstoornis vaststellen. Dat komt bij een klein deel van de mensen voor. Niet iedereen die egoïstisch doet, is dus een narcist.
Een narcist is in het dagelijks taalgebruik iemand die vooral met zichzelf bezig is, bewondering zoekt en weinig oog heeft voor anderen. In de psychologie is het begrip preciezer: er is een groot verschil tussen narcistische trekken, die bij iedereen in meer of mindere mate voorkomen, en een narcistische persoonlijkheidsstoornis.
In dit artikel lees je wat een narcist is, aan welke kenmerken je narcisme herkent, wat het verschil is tussen opvallend en verborgen narcisme, waar het vandaan komt en hoe je omgaat met iemand met sterke narcistische trekken. Ook leggen we uit waarom je voorzichtig moet zijn met het label.
Het woord komt van Narcissus, de jongeman uit de Griekse mythe die verliefd werd op zijn eigen spiegelbeeld. In de psychologie is narcisme een persoonlijkheidskenmerk: een neiging tot een opgeblazen zelfbeeld, een sterke behoefte aan bewondering en weinig inleving in anderen. Net als andere eigenschappen is het een glijdende schaal.
Een beetje narcisme is niet per se slecht. Het hangt samen met zelfvertrouwen, durf en het lef om jezelf te presenteren. Het wordt een probleem als de behoefte aan bewondering en het gebrek aan inleving relaties en werk structureel beschadigen.
Psychologen en psychiaters gebruiken het classificatiesysteem DSM-5. Daarin is een narcistische persoonlijkheidsstoornis een blijvend patroon van grootheidsgevoelens, behoefte aan bewondering en gebrek aan empathie, dat in de vroege volwassenheid begint en in veel situaties zichtbaar is. Er moet aan minstens vijf van de volgende negen kenmerken worden voldaan (American Psychiatric Association, 2013).
| Kenmerk | Hoe het eruit kan zien |
|---|---|
| 1. Grootheidsgevoel | Overdrijft prestaties en talenten, verwacht als superieur gezien te worden |
| 2. Fantasieën | Is bezig met dromen over onbegrensd succes, macht, schoonheid of ideale liefde |
| 3. Gevoel uniek te zijn | Vindt dat alleen bijzondere of hooggeplaatste mensen hem of haar begrijpen |
| 4. Behoefte aan bewondering | Vraagt voortdurend om complimenten en aandacht |
| 5. Aanspraak op voorrechten | Verwacht een speciale behandeling en dat anderen zich aanpassen |
| 6. Gebruik van anderen | Benut anderen om eigen doelen te bereiken |
| 7. Gebrek aan empathie | Herkent of erkent de gevoelens en behoeften van anderen nauwelijks |
| 8. Jaloezie | Is vaak jaloers, of denkt dat anderen jaloers op hem of haar zijn |
| 9. Arrogantie | Gedraagt zich hooghartig of neerbuigend |
Alleen een psycholoog of psychiater kan na uitgebreid onderzoek een persoonlijkheidsstoornis vaststellen. Iemand die na een ruzie egoïstisch reageerde of een ex die je pijn heeft gedaan, is niet automatisch een narcist. Voor jou maakt het label bovendien minder uit dan het gedrag: of iemand nu een diagnose heeft of niet, je mag grenzen stellen bij gedrag dat je schaadt.
Schattingen lopen sterk uiteen, afhankelijk van de studie en de meetmethode. De meeste onderzoeken komen uit op ongeveer één procent of minder van de volwassenen; een grote Amerikaanse studie vond een hogere schatting van ruim zes procent (Stinson e.a., 2008). Narcistische trekken komen iets vaker voor bij mannen dan bij vrouwen, maar het verschil is klein (Grijalva e.a., 2015). Ook nemen ze gemiddeld af naarmate mensen ouder worden (Wetzel e.a., 2020).
Onderzoekers onderscheiden twee gezichten van narcisme (Pincus & Lukowitsky, 2010; Miller e.a., 2017). Het bekende beeld is de luidruchtige, zelfverzekerde narcist. Minder bekend, maar veel gezocht, is de verborgen narcist.
Wat beide vormen gemeen hebben, is een sterke gerichtheid op zichzelf, een gevoel recht te hebben op een speciale behandeling en moeite met de behoeften van anderen.
Mensen met sterke narcistische trekken maken vaak een uitstekende eerste indruk. Ze komen zelfverzekerd, energiek en charmant over (Back e.a., 2010). Pas na verloop van tijd worden de keerzijden zichtbaar.
Signaal: je merkt dat je jezelf steeds kleiner maakt, aan je eigen waarneming gaat twijfelen of contact met anderen vermijdt om ruzie te voorkomen.
Signaal: afspraken worden achteraf anders uitgelegd en je hebt het gevoel steeds op je hoede te moeten zijn.
Zoals bij de meeste eigenschappen spelen aanleg en omgeving allebei een rol. Tweelingonderzoek laat zien dat narcistische trekken deels erfelijk zijn (Luo e.a., 2014). Daarnaast speelt de opvoeding mee. Een Nederlandse studie vond dat kinderen van ouders die hen overwaardeerden, bijvoorbeeld door te zeggen dat ze specialer zijn dan andere kinderen, later hogere narcismescores hadden. Warmte en echte aandacht leidden juist tot gezond zelfvertrouwen (Brummelman e.a., 2015).
Er is dus niet één oorzaak, en ouders zijn zeker niet altijd “de schuld”. Het gaat om een samenspel van temperament, ervaringen en de manier waarop iemand heeft geleerd met kwetsbaarheid om te gaan.
Snappen hoe gedrag op elkaar inwerkt, helpt om niet steeds in hetzelfde patroon te belanden. De Roos van Leary laat zien hoe aanvallend gedrag je uitnodigt tot terugtrekken of terugvechten.
Merk je dat een relatie je klein maakt, voel je je bedreigd of is er sprake van controle, intimidatie of geweld? Praat erover met je huisarts. In Nederland kun je ook terecht bij Veilig Thuis, gratis bereikbaar via 0800-2000, voor advies over huiselijk geweld. Op het werk kun je een vertrouwenspersoon inschakelen.
Veel mensen vragen zich dit af na een ruzie of een opmerking van een ander. Dat je die vraag stelt en kritisch naar jezelf kijkt, is al een teken van zelfreflectie. Iedereen heeft wel eens momenten waarop hij vooral aan zichzelf denkt.
In onderzoek wordt narcisme vaak gemeten met de Narcissistic Personality Inventory, een vragenlijst die narcistische trekken op een schaal meet (Raskin & Terry, 1988). Zo’n test is bedoeld voor onderzoek en geeft geen diagnose. Herken je jezelf in veel kenmerken uit de tabel en heb je daar last van in je relaties of werk, bespreek het dan met je huisarts of een psycholoog. Narcistische trekken en de problemen die ze geven, zoals somberheid of vastlopende relaties, zijn te behandelen, vaak met langdurige psychotherapie.
Breng je vijf hoofdeigenschappen in kaart met een uitgebreid rapport.
Test uitgevoerd via onze partner Brainmanager.Narcisme is geen onderdeel van de Big Five, maar hangt wel samen met een lage score op meegaandheid. Wil je weten hoe goed je je inleeft in anderen, dan geeft een EQ-test een indruk.
Ontdek hoe goed je emoties herkent en hanteert, bij jezelf en bij anderen.
Iemand met een sterk opgeblazen zelfbeeld, een grote behoefte aan bewondering en weinig inleving in anderen. In de psychologie is narcisme een glijdende schaal; alleen bij ernstige en blijvende problemen is sprake van een narcistische persoonlijkheidsstoornis.
Een verborgen of kwetsbare narcist is onzeker en snel gekwetst, maar voelt zich stilletjes speciaal en tekortgedaan. Waar de opvallende narcist openlijk bewondering zoekt, reageert de verborgen narcist met terugtrekken, mokken of wrok.
Ja, maar het gaat langzaam. Narcistische trekken nemen gemiddeld af met de leeftijd, en psychotherapie kan helpen. Verandering lukt vooral als iemand zelf last heeft van zijn gedrag en hulp wil; je kunt een ander niet veranderen.
Deels. Tweelingonderzoek laat een duidelijke erfelijke invloed zien, maar ook de opvoeding en ervaringen spelen mee. Een kind met een narcistische ouder wordt dus niet vanzelf zelf narcistisch.
Iets vaker bij mannen, maar het verschil is klein. Bij vrouwen uit narcisme zich soms anders, bijvoorbeeld vaker in de verborgen vorm, waardoor het minder snel herkend wordt.
Soms wel. Onderzoek laat zien dat mensen met hoge narcismescores vaak beseffen dat anderen hen arroganter vinden dan ze zichzelf zien (Carlson e.a., 2011). Ze zien dat meestal niet als probleem, waardoor ze zelden hulp zoeken voor het narcisme zelf.
Er bestaan wetenschappelijke vragenlijsten die narcistische trekken meten, zoals de Narcissistic Personality Inventory. Ze geven een indruk van waar je op de schaal zit, maar geen diagnose. Die kan alleen een psycholoog of psychiater stellen.
Dit artikel is bedoeld als informatie en vervangt geen professioneel advies.